Wedstrijdvaren

Wedstrijdballonvaren is een door het NOC*NSF erkende wedstrijdsport. Hoe gaat dit in zijn werk? Bij ballonwedstrijden gaat het doorgaans niet om snelheid of de grootst afgelegde afstand, maar om precisie. De internationale wedstrijdregels kennen een veelheid aan opdrachten, waarbij het er om gaat om ofwel zo nauwkeurig mogelijk naar doelen te navigeren, ofwel om figuren en hoeken te varen boven het landschap. Aangezien een ballon geen aandrijving en geen roer heeft, is dat knap ingewikkeld: de piloot moet, wil hij ergens komen, de verschillen in windrichting op verschillende hoogten zo goed mogelijk zien te benutten. Soms zijn die verschillen aanzienlijk en spreken wedstrijdballonvaarders van “veel sturing”, maar vaak is er sprake van niet meer dan tien / twintig graden richtingsverschil en wordt het heel moeilijk om bij een doel te komen. Of de “sturing” is er wel, maar dan alleen in luchtlagen met een hoogteverschil van twee kilometer, zodat heel snel moet worden gestegen of gedaald om een andere richting te vinden.

39997205_1777341842382942_4310742156827426816_o

Markers en loggers
Om te bepalen hoe dicht de piloten bij een doel hebben weten te komen, krijgen ze “markers” mee: verzwaarde, felgekleurde linten bestaande uit een strook nylon van 170 centimeter lang, 10 centimeter breed en met een zandzakje van 70 gram erin genaaid. Op zo’n marker staat het wedstrijdnummer van de piloot, en voor elke opdracht die tijdens een vaart moet worden uitgevoerd is er een andere kleur marker. Wanneer de piloot meent dat hij zo dicht als maar mogelijk is bij een doel heeft weten te komen, gooit hij de bij de opdracht behorende marker uit de mand. Die dwarrelt naar beneden, ploft ergens in een weiland, een wegberm of een bos en moet na afloop van de vaart weer worden teruggevonden. Is de marker gevallen binnen het scoringsgebied dan meet een onpartijdige official van het targetteam het resultaat tot op de centimeter nauwkeurig. Buiten het scoringsgebied dient de piloot te scoren met een elektronische marker op de logger die hij aan boord heeft. Deze logger slaat met behulp van GPS tevens de track van de ballon op (zowel in richting, snelheid als hoogte). Goed kunnen kaartlezen is vanzelfsprekend heel belangrijk voor zowel de piloten, hun grondbemanningen als de officials.

17309818_684087271752701_1199261537288679577_n

Foto: markeren bij het doel

Uiteindelijk gaan alle gegevens de computer in, die dan de scores bepaalt volgens een ingewikkelde formule, op een schaal van nul tot 1000 (wie niet opstijgt krijgt nul, de beste score is 1000, de middelste score altijd 500, de rest wordt relatief bepaald en varieert daardoor per opdracht; scoren veel piloten vlak op het doel dan liggen de scores dicht bijeen; scoort er slechts een heel goed en de rest belabberd, dan is het verschil tussen de beste en de nummer 2 ook in punten veel groter).

Tijdens een briefing die aan elke vaart vooraf gaat, krijgen de piloten van de wedstrijdleiding hun uit te voeren opdrachten (of “Tasks”), weersinformatie en aanvullende gegevens die voor de vaart van belang zijn. Bijvoorbeeld de maximaal toegestane vaarhoogte of de aanwezigheid van ‘gevoelige gebieden’ met kwetsbaar vee. Alle belangrijke informatie staat op een opdrachtformulier, het task sheet. Wie te laat is voor de briefing heeft pech: hij moet maar zien hoe hij zijn opdracht krijgt. Wel krijgt hij de weers- en veiligheidsinformatie. Bij elke briefing hoort een roll call, waarbij de wedstrijdleider de namen of wedstrijdnummers van alle deelnemers afroept en ieder met ‘Yes!’ of een andere kreet zijn aanwezigheid moet bevestigen. Bij slecht weer zwaaien sommigen met een paraplu of zwemband, om de wedstrijdleiding op weinig subtiele wijze duidelijk te maken dat een vaart er niet in zit! Elke deelnemer heeft een vaste plek in de briefingruimte, voorzien van zijn of haar wedstrijdnummer. Vaak liggen daar de te gebruiken markers al gereed. Het commentaar is niet van de lucht als dat er veel zijn, want dan wordt het hard werken.

Officials
Geen wedstrijd zonder wedstrijdleiding, geen wedstrijdleiding zonder officials. Naast de wedstrijdleider en zijn deputy, steward en office-manager moet je hier bijvoorbeeld denken aan mensen voor de meteo, de scoring en (de aansturing van) het targetteam. Bij elke internationale wedstrijd is ook een jury aanwezig om beslissingen te nemen wanneer er een protest door een piloot is ingediend.

(bron: www.dbcc.nl)